Naar de inhoud

Blog · 1 november 2026

Kladpapier mag onbeperkt, en dat verandert je aanpak

Pen en papier zijn de enige hulpmiddelen die je mag gebruiken. Wie ze klaarlegt, rekent anders dan wie alles uit zijn hoofd probeert.

Onderdeel van Cognitieve capaciteitentest politie

Bij de cognitieve capaciteitentest mag je één hulpmiddel gebruiken: pen en papier. Onbeperkt, zegt de politie er zelf bij. Een rekenmachine mag niet.

Dat klinkt als een detail en het is een keuze die je van tevoren maakt. Wie thuis oefent met alles uit het hoofd, oefent een andere handeling dan de test van hem vraagt.

Schermafdruk van een oefenvraag cijferpatronen: de reeks 5, 13, 12, 20 met vier antwoordopties, waarvan 19 als goed is gemarkeerd, en de uitleg eronder
Bij deze reeks is het verschil om en om plus acht en min één. Op papier zie je dat in één oogopslag.

Schrijf de verschillen op, niet de reeks

De reeks staat al op je scherm; die hoef je niet over te schrijven. Wat er niet staat zijn de verschillen tussen de getallen, en daar zit het patroon in.

Neem 5 · 13 · 12 · 20 · ?. Zet eronder wat er telkens bij komt of af gaat:

+8   −1   +8

Nu is het geen puzzel meer maar een rijtje dat zichzelf afmaakt. Na 20 volgt min één, dus 19. Dit is dezelfde reeks als op de schermafdruk hierboven, en het verschil tussen twintig seconden en vier seconden zit in die ene regel op papier.

Twee dingen die je nooit uit je hoofd moet doen

Twee reeksen door elkaar. Zodra je vermoedt dat er twee reeksen door elkaar lopen, schrijf je ze onder elkaar op twee regels: de even plekken op de ene, de oneven op de andere. Uit je hoofd raak je halverwege de tel kwijt, en dan begin je opnieuw.

Een reeks die groot wordt. Bij vermenigvuldigen groeien de getallen snel. 135 keer 3 is uit je hoofd te doen, maar niet terwijl je tegelijk probeert te onthouden of het keer 3 of keer 3 plus 1 was. Zet de tussenstap neer.

Bij letters en woorden ligt het anders

Bij letterpatronen helpt papier op een andere manier: schrijf boven elke letter zijn plek in het alfabet, met a als 1 en z als 26. Dan wordt een rij letters een gewone getallenreeks, en die los je op zoals hierboven. Dat staat uitgebreider op de oefenpagina voor letterpatronen.

Bij woordrelaties heb je papier vrijwel nooit nodig. Daar is de winst dat je het verband hardop benoemt voordat je naar de opties kijkt, en dat gaat sneller in je hoofd dan op papier.

Leg het klaar voordat je begint

De test maak je thuis, dus je richt je eigen werkplek in. Een leeg vel, een pen die het doet, en genoeg ruimte om het vel naast je laptop te leggen in plaats van eronder.

Doe dat bij het oefenen ook. Niet omdat het zoveel scheelt op één vraag, maar omdat je anders op de dag zelf iets nieuws probeert terwijl het meetelt.

Geschreven door Ronny Rockx

Gepubliceerd op 1 november 2026.

← Alle artikelen

Klaar om echt te oefenen?

Met het Complete pakket train je alle onderdelen van de selectie, met uitleg na elke vraag en je voortgang per onderdeel.

Direct toegang · iDEAL · 30 dagen geld terug