De cognitieve capaciteitentest van de politie meet hoe snel je verbanden legt. Je maakt hem thuis op een computer, en hij past zich onderweg aan jou aan: beantwoord je een opgave goed, dan wordt de volgende moeilijker. Je score hangt daarom niet aan het aantal opgaven dat je maakt, maar aan hoe moeilijk de opgaven worden die je goed krijgt.
Deze pagina legt uit hoe de politie cognitieve test eruitziet, welke vraagtypen erin zitten, en wat je er wel en niet aan kunt oefenen.
Wat is de cognitieve capaciteitentest?
De cognitieve capaciteitentest is een capaciteitenonderzoek: een test die meet hoe snel en hoe accuraat je informatie verwerkt. Hij lijkt op een IQ-test, maar hij meet vooral verwerkingssnelheid en patroonherkenning, niet wat je weet.
Je maakt hem thuis, online, en je hebt er zeven kalenderdagen voor. Later doe je op de selectiedag nog een verkorte versie onder toezicht, de verificatietoets, op dezelfde dag als de taaltoets en de sporttest. Elk onderdeel begint met voorbeeldvragen en oefenvragen waarin duidelijk wordt wat de bedoeling is. Die tellen niet mee in je eindscore.
Onderdelen cognitieve capaciteitentest
De test bestaat uit drie delen, elk met een eigen soort opgave: letterpatronen, woordrelaties en cijferpatronen. In de oefentest die de politie zelf aanbiedt staan ze in die volgorde, en elk deel begint met een instructie en een voorbeeldvraag. Hieronder staat per deel hoe de opgaven eruitzien. De voorbeelden zijn van ons en hebben dezelfde vorm.
Letterpatronen
Bij letterpatronen staan letters in vakjes, en hun plek in het alfabet vormt een patroon. Een of meer vakjes zijn leeg, en jij typt de letters die erin horen. Onder de opgave staat het alfabet, want je rekent hier met de plek van een letter, niet met woorden.
Antwoord: i en t. De bovenste rij gaat telkens twee letters vooruit, de onderste telkens één letter terug.
De vormen lopen op in moeilijkheid: twee rijen die elk hun eigen stap zetten, een rooster dat je per kolom leest, een rij met een lijn in het midden waarbij de letters na de lijn die ervoor spiegelen, en blokjes van twee bij twee. Anagrammen en woorden met ontbrekende letters horen er niet bij: in dit deel maak je geen woorden.
Op de pagina over letterpatronen oefenen maak je er meteen tien, met de aanpak voor elke vorm.
Woordrelaties
Bij woordrelaties zie je twee woordparen naast elkaar, elk met een bovenste en een onderste woord. In het eerste paar zit een verband. In het tweede paar ontbreekt een woord, en je kiest uit vijf woorden het woord dat hetzelfde verband maakt. Bij sommige opgaven ontbreken beide woorden; dan kies je er twee uit acht, en daartussen staan ook paren die op een andere manier bij elkaar horen.
Antwoord: boom. Een lens is een onderdeel van een camera, een blad is een onderdeel van een boom.
Niet elk verband gaat over betekenis. In de oefentest van de politie zit ook een opgave waarbij het tweede woord het eerste achterstevoren is, en dan zijn de foute opties juist woorden die qua betekenis passen.
Op de pagina over woordrelaties oefenen staan tien opgaven om meteen te maken, met de aanpak die bij elk verband werkt.
Cijferpatronen
Bij cijferpatronen zit er een vast verband tussen de getallen, en jij typt het getal dat ontbreekt. Meestal is dat een reeks:
Voorbeeld: 3 · 6 · 12 · 24 · 48 · ?
Antwoord: 96. Elk getal is twee keer het getal ervoor.
Dit is een makkelijke. Het wordt lastiger als twee bewerkingen elkaar afwisselen, als er twee reeksen door elkaar lopen, of als de opgave niet uit één rij bestaat. Bij twee rijen volgt elk getal onder uit het getal erboven, en vind je het ontbrekende getal via de andere rij. Bij een kruis van vier getallen volgt één getal uit de andere drie. Op de pagina over cijferreeksen oefenen staat een stappenplan waarmee je een reeks systematisch aanpakt in plaats van te staren.
Hoeveel tijd krijg je?
Minder vast dan je zou denken. De politie noemt geen maximum aantal opgaven en de tijd per opgave verschilt: voor een makkelijke opgave krijg je een aantal seconden, voor een lastige meerdere minuten. Staat er nog tien seconden op, dan verschijnt er een tijdsbalkje in beeld. In de oefentest van de politie staat dat de echte test anderhalf tot twee uur duurt.
Het gaat niet om het aantal opgaven dat je maakt, maar om de moeilijkheid ervan.
Twee dingen die daaruit volgen en die op de dag zelf verrassen. Je kunt geen opgave overslaan: bij elke opgave moet een antwoord ingevuld worden. En je kunt niet terug naar een vorige opgave. Wat je invult, staat.
Dat betekent twee dingen voor je voorbereiding, en ze zijn allebei saai.
Zet er vanaf de eerste oefensessie een klok op
Thuis rustig puzzelen zonder tijd erop voelt logisch: eerst begrijpen hoe de vragen werken, dan pas het tempo erbij. Alleen word je daar beter van in het oplossen van vragen, terwijl je getoetst wordt op het oplossen op tijd. Dat zijn twee vaardigheden, en het verschil merk je pas op de dag zelf.
De eerste weken loop je erop stuk. Dat hoort erbij: onder tijdsdruk lees je de vraag half, blijf je hangen op iets wat niet valt, en twijfel je tussen twee opties zonder er een te kiezen. Dat zijn precies de gewoonten die eruit moeten, en ze gaan er alleen uit door ze mee te maken. Na een week of drie herken je vraagvormen zonder erover na te denken, en daar komt de winst vandaan: niet uit sneller rekenen, maar uit minder hoeven bedenken.

Oefen op nauwkeurig, niet op snel
Hier ligt de val, want dit voelt tegennatuurlijk bij een test met een klok. Omdat de test zich aanpast, bepaalt een goed antwoord dat de volgende opgave moeilijker wordt, en juist die moeilijkere opgaven trekken je score omhoog. Een fout antwoord levert een makkelijkere opgave op, en daarmee een lager plafond.
Te snel antwoorden kost dus twee keer: je hebt de opgave fout, én je zakt terug naar makkelijker werk. De politie zegt het zelf zo: geef niet te snel antwoord, maar houd wel de tijd per opgave in de gaten.
Blijf je toch hangen, dan is er geen ontsnapping via de overslaanknop, want die is er niet. Vul in dat geval het antwoord in dat je het meest waarschijnlijk vindt en ga door. Niets invullen is sowieso fout.
Wat is een goede score?
Dit is de meest gestelde vraag over de test, en het eerlijke antwoord is onbevredigend: er is geen getal. De politie maakt geen ondergrens openbaar, en die verschilt bovendien per functie en per opleidingsniveau. Zelfs als er ergens een cijfer rondgaat, hoeft dat niet het cijfer te zijn dat voor jou geldt.
Wat wel vaststaat: je eindscore is opgebouwd uit je scores op de drie testonderdelen, en die mag je onderling compenseren. Ging het bij de cijferpatronen minder, dan kun je dat goedmaken met de letterpatronen en de woordrelaties. Met één uitzondering die de politie er zelf bij zet: een extreem lage score op één onderdeel is met de andere twee lastig goed te maken, en dan wordt een voldoende voor de test als geheel alsnog moeilijk.
Daarom zegt “ik had er twaalf van de vijftien goed” weinig. Bij een adaptieve test hangt de waarde van een goed antwoord af van hoe zwaar de opgave was.
Waar je je dan wel aan kunt meten
Twee dingen zijn wel meetbaar en wel bruikbaar. Je aandeel goede antwoorden per onderdeel laat zien waar je zwakste kant zit, en daar levert oefentijd het meeste op. En het niveau waarop je nog goed scoort: zakt je foutenpercentage terwijl de vragen zwaarder worden, dan ga je vooruit op de maat die de test zelf gebruikt.
De selectiedag-simulatie op deze site zet de verificatietoets en de taaltest achter elkaar, in de vorm van de politie: tijd per opgave, een moeilijkheid die meebeweegt en je uitslag pas aan het eind. Het rapport erna laat per onderdeel zien op welk niveau je eindigde, en dat is dezelfde maat als hierboven.
Kun je je voorbereiden op de cognitieve test van de politie?
Ja, en meer dan mensen denken. Je kunt je intelligentie niet in een paar weken vergroten, maar dat hoeft ook niet. Wat je wél kunt trainen is precies wat de test meet:
- Vraagvormen herkennen. Wie honderd cijferreeksen heeft gemaakt, ziet binnen twee seconden of er sprake is van optellen, vermenigvuldigen of twee reeksen door elkaar. Dat scheelt bij elke vraag tijd.
- Een vaste aanpak per type. Niet staren maar stappen zetten. Voor cijferreeksen bestaat een stappenplan dat je bij elke reeks in dezelfde volgorde afloopt.
- Werken met een klok erop. Vanaf de eerste oefensessie, ook als je daar de eerste weken op stukloopt. Niet om sneller te worden, maar om te wennen aan denken terwijl de tijd loopt.
- Doorgaan zonder te blijven hangen. Overslaan kan niet, dus je beste zet bij een opgave die niet valt is het waarschijnlijkste antwoord invullen en verder. Niets invullen is altijd fout.
- Je woordenschat. Voor woordrelaties helpt lezen, maar dat werkt op maanden, niet op weken.
Voorbereiding cognitieve capaciteitentest
De beste voorbereiding is simpel en saai: veel vragen maken, op tijd, en na elke vraag kijken hoe je hem had moeten aanpakken in plaats van alleen of je hem goed had. Dat laatste is waar de meeste winst zit. Wie alleen zijn score bijhoudt, herhaalt zijn eigen fouten.
Drie andere fouten die kandidaten maken
- De vraag niet aflezen: onder tijdsdruk lees je wat je verwacht in plaats van wat er staat.
- Alleen het type oefenen waar je al goed in bent, omdat dat prettiger voelt.
- Te laat beginnen. Voor de toetsonderdelen zijn een paar weken genoeg, maar wel een paar weken.
Zelf oefenen
Doe eerst de gratis proeftest: twaalf vragen in drie delen van vier, opgebouwd zoals de oefentest van de politie. Je krijgt na elke vraag de uitleg te zien en daarna je score per onderdeel in je mailbox, zodat je weet welk onderdeel jouw aandacht nodig heeft.
Veelgestelde vragen
Is de cognitieve capaciteitentest hetzelfde als een IQ-test?
Hij lijkt erop, maar hij is smaller. Een IQ-test meet meerdere soorten intelligentie; deze test richt zich op verwerkingssnelheid en patroonherkenning met cijfers en woorden.
Mag ik een rekenmachine of kladpapier gebruiken?
Een rekenmachine niet. Kladpapier wel, en onbeperkt: pen en papier zijn de enige hulpmiddelen die zijn toegestaan. Leg het bij het oefenen dus ook klaar, want uitrekenen op papier is een andere handeling dan uit je hoofd.
Kan ik de test opnieuw doen als ik zak?
Niet meteen. De politie meldt bij de cognitietest uitdrukkelijk dat er geen herkansing mogelijk is. Wel mag je het na drie maanden opnieuw proberen, als nieuwe kandidaat. Kijk voor de regels die op jouw moment gelden op kombijde.politie.nl.
Zijn jullie oefenvragen dezelfde als op de echte test?
Nee, en niemand kan dat leveren: de politie gebruikt eigen, niet openbare testen. Wat wel hetzelfde is, zijn de vorm van de opgaven, de opbouw in drie delen en het werken met een tijd per vraag. Dat is precies wat je kunt trainen.
Geschreven door Ronny Rockx
Laatst gecontroleerd op 12 oktober 2026: gehouden tegen kombijde.politie.nl en de oefentest van de politie. De test heeft drie delen, letterpatronen, woordrelaties en cijferpatronen, en de echte test duurt anderhalf tot twee uur.