Naar de inhoud

Onderzoek

Het rollenspel van de politie

Het rollenspel in de praktijkproef van de politie: welke competenties er getoetst worden, hoe je zo'n gesprek opent en welke fouten kandidaten maken.

Het rollenspel is een onderdeel van de psychologische test, en veel kandidaten die solliciteren bij de politie kijken erg op tegen dit onderdeel.

De praktijkproef: het rollenspel

Tijdens het rollenspel in de praktijkproef word je uitgedaagd een probleemsituatie onder controle te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan een burenruzie of een ontevreden reiziger op het vliegveld.

Je kunt hier wel op oefenenIn het werkboek voor het psychologisch onderzoek schrijf je uit hoe je een gesprek opent met iemand die boos is, en welke voorbeelden je van jezelf klaar hebt liggen.

Bekijk het Complete pakket

Competenties

In de praktijkproef worden er bepaalde competentie getest. Er wordt gekeken of jouw competenties in het rollenspel op het juiste niveau zijn. Je moet dan denken aan vaardigheden als actief luisteren, informatie verzamelen en verwerken. Tot slot dien jij je te kunnen inleven in de situatie en wel overwogen besluit(en) nemen.

Jezelf zijn

‘Politieagentje spelen’ werkt vaak averechts. Daarmee wordt bedoeld: overduidelijk autoritair gedrag. Het beste is objectief de situatie beoordelen, eerlijk zijn en zorgen dat je de situatie integer op je eigen manier afhandelt.

Het afhandelen van de situatie zit vooral in goed overwogen besluiten nemen en knopen doorhakken. Wees zeker van je besluit als je alles goed overwogen hebt. Door met zekerheid besluiten te nemen, zet je de situatie naar jouw hand.

Overwicht met competenties

Als je bovenstaande stappen goed uit weet te voeren in het rollenspel heb je overwicht en ben je de situatie de baas. Overwicht verdien je door correct en integer te handelen en niet door je autoritair op te stellen. Een autoritaire houding is juist een teken van onzekerheid, omdat je bang bent dat je het niet anders kunt oplossen.

Zorg er dus voor dat je overwicht hebt en de laatste competentie binnenhaalt: een oplossingsgericht resultaat!

Uitstraling

Je correct opstellen heeft natuurlijk zijn grenzen. Daarvoor kun je jouw eigen grensregels vaststellen. Het is even niet belangrijk wat voor situatie zich voordoet. Feit is dat je vaak mensen moet kalmeren. Bij de één gaat dat sneller dan bij de ander. Belangrijk is dus geduld en kalmte bij jezelf te bewaren en dat uit te stralen. Vaak spiegelt zich dat naar anderen toe en ben je de situatie de baas.

Je grenzen stellen

Het is mooi als bovenstaande situatie altijd zo werkt, maar de werkelijkheid is anders. Soms komt het wel eens voor dat een van de betrokkenen zich uit onvrede op jou richt. Daarom moet je voor jezelf duidelijke grenzen stellen. In een rollenspel van de politie kan zo’n situatie zich ook voordoen.

Om misverstanden te voorkomen; je grenzen stellen is geen autoritair gedrag!

Grensregels

Stel voor jezelf altijd vaste grensregels vast. Grensregels die politieagenten over het algemeen hanteren zijn:

  • Bij grof taalgebruik en respectloze, bijdehante opmerkingen waarschuw je de persoon dat hij of zij rustig moet doen. Als diegene jouw waarschuwing(en) negeert, kan die persoon aangehouden worden.
  • Geef maximaal drie aangekondigde waarschuwingen.
  • Bij fysieke poging(en) tot geweld houd je de persoon aan.
  • Bij dreiging met geweld schakel je op: je houdt afstand, zegt wat je gaat doen en vraagt assistentie.

De grensregels treden in werking als een persoon dus niet met respect je aanwezigheid accepteert. Belangrijk: in het rollenspel vóér je die stappen niet echt uit. Je zegt hardop wat je zou doen en waarom, en dat is precies waar de observator naar luistert.

Hoe je zo’n gesprek opent

Het rollenspel valt of staat bij de eerste minuut. Wie meteen begint met wat er moet gebeuren, praat tegen iemand die nog niet luistert. Er zit een volgorde in die bijna altijd werkt:

  1. Maak contact. Loop naar de persoon toe in plaats van vanaf afstand te praten. Noem je naam en zeg waarvoor je er bent.
  2. Laat uitpraten. Ook als het lang duurt en ook als het onredelijk is. Iemand die zijn verhaal kwijt kan, zakt af; iemand die onderbroken wordt, klimt op.
  3. Vat samen wat je hoort. “Dus als ik het goed begrijp…” Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen en die het meest oplevert: de ander merkt dat je geluisterd hebt, en jij controleert of je het goed hebt.
  4. Zeg pas daarna wat er gaat gebeuren. Kort, concreet, en zonder eromheen te draaien. Ook als het niet is wat de ander wil horen.

Die volgorde is meteen het antwoord op de competenties waarop gelet wordt: actief luisteren zit in stap twee, informatie verwerken in stap drie, en het besluit in stap vier.

Een scène uitgewerkt

Stel: twee buren, geluidsoverlast, een van de twee is kwaad en de ander doet alsof er niets aan de hand is. Zo ziet de volgorde er dan uit.

Contact. Je stelt jezelf voor aan allebei en zegt dat je komt omdat er een melding is geweest.
Uitpraten. Je laat de boze buurman eerst zijn verhaal doen, zonder hem te corrigeren, en vraagt daarna de ander om zijn kant.
Samenvatten. “U heeft er al weken last van en u hoort het zelf niet. Klopt dat?”
Besluit. Je zegt wat je nu gaat doen en wat er gebeurt als het opnieuw misgaat.

Wat de observator hierin zoekt is niet of je de ruzie oplost. Dat lukt in twintig minuten toch niet. Hij kijkt of je de situatie in de hand houdt, of je allebei de partijen hebt gehoord en of je een besluit durft te nemen en dat uitspreekt.

Vier fouten die kandidaten maken

  1. Te snel naar de oplossing. Je hebt de helft van het verhaal en zegt al wat er moet gebeuren. De ander voelt zich niet gehoord en gaat harder praten.
  2. Meepraten met de boosheid. Begrip tonen is iets anders dan gelijk geven. Wie de een gelijk geeft, is de ander kwijt.
  3. Geen besluit nemen. Eindeloos blijven luisteren voelt veilig, maar de proef heet niet voor niets een praktijkproef. Er hoort iets uit te komen.
  4. De agent spelen. Een strenge stem en grote gebaren lezen als onzekerheid, niet als gezag. Overwicht komt uit rust en uit duidelijk zijn.

Veelgestelde vragen over het rollenspel

Speel ik tegen een echte acteur?

Ja, de tegenspeler is een acteur die de situatie speelt. Hij reageert op wat jij doet, dus het verloop hangt af van jouw aanpak.

Moet ik doen alsof ik al agent ben?

Nee, en dat is precies de valkuil. Je wordt beoordeeld op hoe jij een lastige situatie aanpakt, niet op hoe goed je een agent nadoet. Je eigen manier van doen, rustig en duidelijk, telt zwaarder.

Wat als ik vastloop in het gesprek?

Zeg dat hardop en pak de draad opnieuw op. Een korte samenvatting geven en vragen of je het goed begrijpt, is een geldige manier om jezelf tijd te geven. Vastlopen is menselijk; er niets mee doen is het probleem.

Hoe bereid ik me hier eigenlijk op voor?

Door de volgorde hierboven een paar keer hardop te doorlopen op een situatie uit je eigen leven, en door van tevoren te weten welke voorbeelden je hebt. Antwoorden uit je hoofd leren werkt niet, want de acteur wijkt af van je script.

Lichaamstaal

Zelfvertrouwen is de basis. Overzie de situatie en straal dat uit. Een zelfverzekerde uitstraling begint met een open houding. Plaats je voeten op schouderbreedte en houd je armen langs je lichaam of houd je handen bij elkaar voor je buik. Je armen over elkaar wekt een onstabiele en onzekere houding en is een veel gemaakte fout. Je armen dienen een positie in te nemen, zodat ze direct in kunnen grijpen bij onverwachte situaties.

Het rollenspel is één van de drie delenDaarvoor komen de persoonlijkheidsvragenlijst en het gesprek met de psycholoog, en die drie hangen samen.

Lees over het psychologisch onderzoek

Klaar om echt te oefenen?

Met het Complete pakket train je alle onderdelen van de selectie, met uitleg na elke vraag en je voortgang per onderdeel.

Direct toegang · iDEAL · 30 dagen geld terug