Op de cognitieve capaciteitentest van de politie krijg je getallen waarin een vast verband zit en een getal ontbreekt. Meestal is dat een reeks, soms twee rijen of een kruis van vier getallen. Je zoekt de regel en typt het ontbrekende getal in. Het is het vraagtype waar de meeste kandidaten op vastlopen, en zelden omdat de sommen te zwaar zijn: er loopt een klok mee en je krijgt opgaven die zwaarder worden naarmate je ze goed hebt.
Hieronder staan tien cijferpatronen uit onze eigen vragenbank, van makkelijk naar moeilijk. Je maakt ze meteen, zonder account, met na elk antwoord de uitleg erbij. Daaronder staat de volgorde waarmee je een reeks aanpakt en het overzicht van de vormen die terugkomen.
De oefentest wordt klaargezet…
Wil je zien waar het misging?
Je krijgt de uitwerking per onderdeel, zodat je weet waar je als eerste mee aan de slag moet.
Het stappenplan dat bij elke reeks werkt
Een reeks oplossen voelt als iets wat je wel of niet ziet. Je kijkt ernaar en het kwartje valt, of het valt niet. Bij de makkelijke reeksen werkt dat prima. Bij de reeksen die op de test het verschil maken werkt het niet, en dan zit je te staren terwijl de klok loopt. Het alternatief is saai en het werkt: een vaste volgorde die je bij elke reeks afloopt, hoe hij er ook uitziet.
- Bereken de verschillen. Schrijf onder de reeks wat er telkens bij komt of af gaat. Bij 4 · 7 · 10 · 13 is dat 3, 3, 3. Klaar.
- Is het verschil constant? Dan ben je er. Zo niet, ga door.
- Bereken de verschillen van de verschillen. Bij 2 · 4 · 8 · 14 zijn de verschillen 2, 4, 6 en die lopen zelf met 2 op. Het volgende verschil is dus 8 en het antwoord 22.
- Werkt optellen niet? Probeer delen. Deel elk getal door het vorige. Komt daar steeds hetzelfde uit, dan is het een vermenigvuldiging.
- Kijk of er twee reeksen door elkaar lopen. Neem het eerste, derde en vijfde getal apart, en daarna het tweede, vierde en zesde. Dit is de vorm die de meeste mensen missen.
- Blijft het staan? Vul je beste gok in. Overslaan kan niet en terug ook niet. Neem de tijd die de opgave krijgt, want een moeilijke opgave goed telt zwaarder, maar laat het vakje niet leeg: een leeg antwoord telt als fout.
Die laatste stap voelt als opgeven, en dat is hij niet. De test past zich aan: wie een opgave goed heeft, krijgt een moeilijkere, en de moeilijke opgaven tellen het zwaarst. De politie zegt het zelf zo: het gaat niet om het aantal opgaven dat je maakt, maar om de moeilijkheid ervan. Snel gokken om tijd te winnen levert dus niets op, een doordachte gok als de tijd bijna om is wel.
De vormen die je tegenkomt
Dit zijn de vormen in onze vragenbank, met een voorbeeld erbij. Wat in de oefentest van de politie voorkwam, zit erin.
| Vorm | Voorbeeld | Waaraan je hem herkent |
|---|---|---|
| Constant verschil | 4 · 7 · 10 · 13 | De verschillen zijn allemaal gelijk |
| Oplopend verschil | 2 · 4 · 8 · 14 | De verschillen lopen zelf regelmatig op |
| Vermenigvuldiging | 5 · 10 · 20 · 40 | Delen door het vorige getal geeft steeds hetzelfde |
| Maal plus | 3 · 7 · 15 · 31 | Keer twee en er komt telkens hetzelfde bij |
| Kwadraten | 1 · 4 · 9 · 16 | De verschillen zijn 3, 5, 7: oneven en oplopend |
| Som van de twee vorige | 1 · 1 · 2 · 3 · 5 | Elk getal is de som van de twee ervoor |
| Twee reeksen door elkaar | 2 · 20 · 4 · 17 · 6 · 14 | De verschillen springen heen en weer |
| Twee bewerkingen om en om | 159 · 53 · 51 · 17 · 15 | Om en om gedeeld door en min, of keer en plus |
| Twee rijen | 2 · 5 · 7 boven 12 · 15 · 17 | Elk getal onder volgt uit het getal erboven |
| Kruis | 3, 4 en 5 rond 60 | Eén getal volgt uit de andere drie |
Die laatste is de vervelendste. De verschillen zien er willekeurig uit (18, min 16, 13, min 11) en dat is precies het signaal: springen de verschillen om en om van teken of van grootte, kijk dan of er twee reeksen door elkaar heen lopen.
Lees de reeks zoals jij hem het snelst verwerkt
Een reeks staat er in een richting, en dat hoeft niet de richting te zijn waarin jij het snelst rekent. Wie moeite heeft met delen leest 32 · 16 · 8 · 4 gewoon van achteren naar voren, en vermenigvuldigt. De seconden die je kwijt bent aan het overschrijven verdien je terug doordat je de bewerking wel uit je hoofd doet.
Twee dingen die daarbij horen:
- Ken de tafels tot en met twintig. Het grootste deel van de reeksen komt daarop neer. Wie 17 keer 3 moet uitrekenen in plaats van weet, is per vraag een paar seconden kwijt, en die vermenigvuldigen zich over een test.
- Let op uitschieters. Staat er ineens een getal dat veel groter is dan de rest, zoals 16 · 256 · 65536, dan gaat het vrijwel altijd om een kwadraat of een wortel.
En controleer je antwoord altijd op de hele reeks. Een regel die op de eerste drie getallen klopt en op het vierde niet, is niet de regel. Dat is de goedkoopste controle die er is.
Zet er een klok op, vanaf de eerste keer
Dit is de fout die het meeste kost. Thuis rustig een reeks uitpuzzelen traint het oplossen, en de test meet het oplossen op tijd. Dat zijn twee verschillende vaardigheden, en het verschil merk je pas op de dag zelf.
De eerste weken loop je erop stuk. Dat hoort erbij. Na een week of drie merk je iets anders: je herkent de vormen hierboven zonder erover na te denken, en daar komt de winst vandaan. Niet uit sneller rekenen, maar uit minder hoeven bedenken.
Wat je na elke vraag doet
Kijken of hij goed was zegt niets. Kijken hoe je hem had moeten aanpakken zegt alles. Bij een fout: welke stap uit het lijstje had hem gegeven? Meestal is het antwoord stap 5, en dan weet je meteen waar je de volgende keer eerder naar kijkt.
Geschreven door Ronny Rockx
Laatst gecontroleerd op 12 oktober 2026: gehouden tegen kombijde.politie.nl en de oefentest van de politie. Overslaan kan niet, en de test beoordeelt de moeilijkheid van de opgaven.