Naar de inhoud

Voorbereiding

De grootste valkuilen van de politietest

Kandidaten vallen zelden af omdat ze iets niet wisten. Ze vallen af op tempo, op timing en op vragen waar ze het antwoord niet van hadden klaarliggen. Dit zijn de vijf valkuilen die je kunt voorkomen.

De politiekeuring is geen kennistoets. Bijna niemand valt af omdat hij iets niet wist. Mensen vallen af omdat ze de vorm van de test niet kenden, omdat ze te laat begonnen met trainen, of omdat ze op het beslissende moment moesten bedenken wat ze wilden zeggen. Dat zijn precies de dingen die je van tevoren kunt regelen.

1. Je oefent op kennis in plaats van op tempo

De cognitieve capaciteitentest is een snelheidstest. De vragen zijn los van elkaar goed te doen, maar je krijgt er meer dan je in de tijd kunt afmaken. Wie thuis rustig oefent zonder klok, oefent de verkeerde vaardigheid. Zet er een tijd op vanaf de eerste keer, ook als je daar de eerste weken op stukloopt.

2. Je begint te laat met de sporttest

De Fysieke Vaardigheidstoets is het enige onderdeel waar je niet in een week naartoe kunt werken. Je conditie loopt op in maanden, niet in dagen. Reken terug vanaf je testdag en begin zodra je weet dat je de procedure ingaat, niet pas als de datum binnen is. Kijk eerst welke normtijd voor jouw leeftijd geldt, want dat scheelt flink.

3. Je geeft sociaal wenselijke antwoorden bij het psychologisch onderzoek

De persoonlijkheidsvragenlijst bevat controlevragen die precies dit opsporen. Wie overal invult wat een agent zou moeten antwoorden, valt op door de consistentie. Bovendien komt dezelfde vragenlijst terug in het gesprek met de psycholoog, waar je je antwoorden moet kunnen toelichten met iets dat je echt hebt meegemaakt.

4. Je hebt geen voorbeelden klaar voor het intakegesprek

Op de vraag wanneer je onder druk stond hoor je een verhaal te vertellen, geen eigenschap op te noemen. Wie ter plekke moet zoeken, komt uit bij iets vaags. Schrijf van tevoren drie situaties uit: wat er speelde, wat jouw taak was, wat je deed, wat eruit kwam en wat je ervan hebt geleerd. Op de dag zelf hoef je dan alleen nog te kiezen welke past.

5. Je leest de vraag niet af

Bij cijferreeksen en woordrelaties zit het verschil tussen goed en fout vaak in een enkel woord van de vraag. Onder tijdsdruk lees je wat je verwacht in plaats van wat er staat. De enige remedie is genoeg vragen gemaakt hebben om de vraagvormen te herkennen zonder ze te hoeven ontcijferen.

Zelf kijken waar jij staat

Doe de gratis proeftest van tien vragen. Je ziet na elke vraag hoe je hem aanpakt en krijgt je score per vraagtype in je mailbox. Daarna weet je welk onderdeel jouw aandacht nodig heeft.

Klaar om echt te oefenen?

Met het Complete pakket train je alle onderdelen van de selectie, met uitleg na elke vraag en je voortgang per onderdeel.

Direct toegang · iDEAL · Niet geslaagd? Geld terug