Naar de inhoud

Blog · 24 oktober 2026

In je eigen woorden, en niet in vaktaal

Wie zich op het intakegesprek voorbereidt door vaktaal te verzamelen, bereidt zich voor op de verkeerde vraag.

Onderdeel van Het sollicitatiegesprek bij de politie

Een van de dingen waar je in het intakegesprek naar gevraagd kunt worden, is wat een agent eigenlijk doet. In je eigen woorden, en dat laatste is geen beleefdheidsformule maar de opdracht.

Wie zich daarop voorbereidt door vaktaal te verzamelen, bereidt zich voor op de verkeerde vraag. Een recruiter die iemand heterdaad en discretionaire bevoegdheid hoort zeggen, weet daarna nog steeds niet of die persoon het vak begrijpt. Hij weet dat er gelezen is.

Het probleem met geleende woorden

Vaktaal doet in een gesprek precies het omgekeerde van wat je ermee wilt. Het klinkt zeker en het is oncontroleerbaar, en dus komt er een vervolgvraag. Die vervolgvraag gaat over het woord dat je zelf hebt ingebracht, en dan sta je iets te verdedigen waar je niet naar gevraagd was.

Er is bovendien een kans dat je het net anders gebruikt dan het betekent. Drie woorden die regelmatig sneuvelen:

  • Staande houden is iemand tegenhouden om vragen te stellen. Dat is het lichtste middel dat er is. Aanhouden gaat veel verder en heeft een andere grondslag; wie de twee door elkaar haalt, zegt iets veel zwaarders dan hij bedoelt.
  • Heterdaad slaat op het moment: iemand wordt betrapt terwijl het gebeurt of vlak erna. Het zegt niets over hoe ernstig het feit is.
  • Discretionaire bevoegdheid betekent dat de wet ruimte laat voor een eigen afweging. Ondanks de klank heeft het niets met geheimhouding te maken.

Wat er in plaats daarvan in moet

Het eerlijke antwoord op “wat doet een agent” is dat je het gedeeltelijk niet weet, want je hebt het werk nog niet gedaan. Dat mag je zeggen. Wat je wel kunt doen is vertellen waar je beeld vandaan komt: een voorlichting, een dag meelopen, iemand in je omgeving die het doet, een documentaire waarvan je precies kunt aanwijzen wat je eraan opviel.

Dat laatste is het verschil. “Ik heb een documentaire gezien” is niets. “Ik heb gezien dat ze bij een melding eerst tien minuten met een buurvrouw stonden te praten voordat er iets gebeurde, en dat had ik niet verwacht” is een antwoord waar een gesprek uit voortkomt.

En de taaltoets?

Ook de taaltoets vraagt niet naar deze woorden. De woordvragen daar gaan over gewone Nederlandse woorden en over de formelere taal uit brieven en berichten. Vaktaal leer je in de opleiding, en daar moet je hem begrijpen als je hem tegenkomt. Dat is iets anders dan hem nu gebruiken om ergens deskundig over te klinken.

Ken ze straks, en zeg ze nu niet. In een gesprek is het woord dat je zelf zou kiezen bijna altijd het betere woord.

Geschreven door Ronny Rockx

Gepubliceerd op 24 oktober 2026.

← Alle artikelen

Klaar om echt te oefenen?

Met het Complete pakket train je alle onderdelen van de selectie, met uitleg na elke vraag en je voortgang per onderdeel.

Direct toegang · iDEAL · 30 dagen geld terug