De agent ___ rustig verder terwijl de melding binnenkomt. Werkwoord: bouwen.
Wie hier bouwde invult, kent ’t kofschip en heeft de zin niet gelezen. Dat is de fout die bij werkwoordspelling het vaakst gemaakt wordt, en het is er een die je met één extra leesmoment voorkomt.
Hieronder staan vijftien werkwoordvragen uit onze eigen vragenbank, in de vorm van de taaltest van de politie: je typt het werkwoord tussen haakjes zelf in. Je maakt ze meteen, zonder account, met na elk antwoord de regel erbij. Daaronder staat de volgorde die de meeste fouten wegneemt.
De oefentest wordt klaargezet…
Wil je zien waar het misging?
Je krijgt de uitwerking per onderdeel, zodat je weet waar je als eerste mee aan de slag moet.
Eerst de zin, dan pas het werkwoord
De drie stappen hieronder lopen altijd in deze volgorde. De eerste twee kosten niets en voorkomen het grootste deel van de fouten.
- Bepaal de tijd uit de zin. Staat er gisteren, vroeger of vorig jaar? Verleden tijd. Staat er terwijl, elke ochtend of nu? Tegenwoordige tijd.
- Zoek het onderwerp. Enkelvoud of meervoud, en welke persoon. Let op onderwerpen die tussen het werkwoord en het begin van de zin in staan.
- Pas dan de regel toe. Tegenwoordige tijd met een enkelvoudig onderwerp: stam plus t. Meervoud: de infinitief. Verleden tijd: nu pas ’t kofschip.
De vormen die terugkomen
| Situatie | Regel | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Tegenwoordige tijd, enkelvoud | stam + t | hij regelt, zij meldt |
| Stam eindigt al op een t | geen tweede t | hij zet, hij kost |
| Stam eindigt op een d | toch dt | hij vindt, hij antwoordt |
| Verleden tijd, stam op t k f s ch p | -te of -ten | hij danste, zij werkten |
| Verleden tijd, overige | -de of -den | hij bouwde, zij regelden |
| Onregelmatig | geen regel, uit je hoofd | hij zei, hij bracht |
De tweede en de derde rij zijn de twee die het vaakst fout gaan, en ze voelen allebei verkeerd. Bij hij kost wil je een tweede t zetten die er niet hoort, en bij hij vindt wil je de dt weglaten die er wel hoort. Waarom ’t kofschip bij deze zinnen niets oplost staat uitgebreider in een apart stuk over die regel.
Waar dit meetelt
De taaltest vraagt naar begrijpend lezen, grammatica en woordenschat. Werkwoordsvormen vallen onder dat middelste onderdeel.
Dat is geen klein onderdeel om over te slaan, om een reden die niet op de voorgrond staat: alle onderdelen samen leveren uiteindelijk twee scores op, een op Lezen en een op Schrijven, en die moeten allebei aan een minimumniveau voldoen. Een zwakke Schrijven-score kun je dus niet goedmaken met begrijpend lezen.
Werkwoordspelling is bovendien het deel met de beste verhouding tussen tijd en resultaat. Begrijpend lezen verbeter je in maanden. Dit verbeter je in avonden, mits je na elke fout terugleest wáárom het antwoord is wat het is en niet alleen dát het fout was.
Geschreven door Ronny Rockx
Laatst gecontroleerd op 21 september 2026: gehouden tegen kombijde.politie.nl. Werkwoordsvormen vallen onder het onderdeel grammatica van de taaltest, en die telt mee in de Schrijven-score.