Onderdeel van Sporttest politie (FVT): aan deze eisen moet je voldoen

Thuis maak je je oefenvragen uitgerust, op een moment dat je zelf uitkiest. Dat is niet de omstandigheid waarin ze meetellen: op de selectiedag ligt de volgorde van de drie onderdelen niet vast, dus het toetswerk kan net zo goed ná de sporttest komen.
Hier zijn vijf vragen om te maken direct nadat je voor de sporttest hebt getraind. Niet later op de avond, maar terwijl je nog bijkomt. De antwoorden staan eronder.
De vijf vragen
1. Welke letters maken dit woord compleet? RE___RCHE
a) MIL b) CHE c) AEL d) KSG
2. Welk getal maakt de reeks compleet? 3 · 7 · 14 · 24 · ?
a) 40 b) 37 c) 44 d) 34
3. Viool verhoudt zich tot instrument zoals koper zich verhoudt tot …?
a) vogel b) metaal c) bloem d) meubel
4. Maak van deze letters een bestaand woord: M · L · A · Z · P · A · K
5. Welke letters maken dit woord compleet? WOORD____DER
a) VOER b) NGON c) TRUA d) TIMG
De antwoorden
1. CHE. Het woord is RECHERCHE.
2. 37. Het verschil loopt telkens met 3 op. Het laatste verschil is 13, dus 24 plus 13 is 37.
3. Metaal. Het eerste woord is een soort van het tweede: viool hoort bij instrument, koper hoort bij metaal.
4. Zaklamp.
5. VOER. Het woord is WOORDVOERDER.
Waar je op let
Niet op je score. Vijf vragen zeggen daar niets over, en dat is ook niet waarvoor je ze maakt. Waar het om gaat is of je merkt dat je anders leest dan normaal: of je de reeks twee keer moet aankijken, of je bij vraag 4 sneller opgeeft dan anders, of je de opties bij vraag 1 overslaat en meteen gokt.
Wat je daar tegen doet is niet harder je best doen. Het is een vaste volgorde hebben per vraagtype, zodat je bij vermoeidheid iets hebt om op terug te vallen in plaats van een aanpak die je ter plekke moet verzinnen. Die volgordes staan op de pagina over de cognitieve capaciteitentest en, voor cijferreeksen, op de oefenpagina.
Geschreven door Ronny Rockx
Gepubliceerd op 5 oktober 2026.