Letterpatronen is het eerste deel van de cognitieve capaciteitentest van de politie. Je krijgt letters in vakjes, en hun plek in het alfabet vormt een patroon. Een paar vakjes zijn leeg, en jij typt de letters die erin horen. Onder de opgave staat het alfabet, omdat je hier rekent met de plek van een letter en niet met woorden.
De bovenste rij gaat telkens twee letters vooruit: c, e, g, dus i. De onderste rij gaat telkens één letter terug: w, v, u, dus t.
Hieronder staan tien letterpatronen uit onze eigen vragenbank, van makkelijk naar moeilijk. Je maakt ze meteen, zonder account, met na elk antwoord de uitleg. Daaronder staat hoe je elke vorm aanpakt.
De oefentest wordt klaargezet…
Wil je zien waar het misging?
Je krijgt de uitwerking per onderdeel, zodat je weet waar je als eerste mee aan de slag moet.
De vormen, van makkelijk naar moeilijk
- Twee rijen, elk met een eigen stap. Lees elke rij apart en tel bij elke stap hoeveel letters je vooruit of terug gaat. Een rij kan ook steeds dezelfde letter herhalen.
- Een rooster dat je per kolom leest. Levert lezen per rij niets op, lees dan van boven naar beneden. Elke kolom heeft dan zijn eigen stap.
- Een spiegel. Staat er een lijn midden in de rij, vergelijk dan de letters vlak naast de lijn. Zijn die gelijk, dan staan na de lijn dezelfde letters als ervoor, in omgekeerde volgorde.
- Blokjes van twee bij twee. Kijk eerst wat er binnen een blokje gebeurt, van de linker naar de rechter letter. Kijk daarna hoeveel de beginletter van blokje naar blokje verschuift.
- Een stap die groeit of wisselt. Is de stap niet steeds even groot, schrijf de stappen dan op. Eén, twee, drie letters vooruit is een stap die groeit; drie vooruit, één terug, drie vooruit is een stap die wisselt. Dan weet je wat de volgende stap is.
Werk met het alfabet, niet uit je hoofd
Wie in gedachten moet tellen hoeveel letters er tussen k en p zitten, verliest tijd en maakt fouten. Het alfabet staat onder elke opgave: tel de sprongen daar. Schrijf bij twijfel de plek van elke letter erboven, met a als 1 en z als 26. Dan wordt een letterpatroon een gewone getallenreeks, en die pak je aan zoals bij cijferpatronen. Kladpapier mag onbeperkt, dus gebruik het.
Waar dit op de test staat
Letterpatronen is een van de drie onderdelen van de cognitietest, naast woordrelaties en cijferpatronen. In de oefentest van de politie is het het eerste deel. Anagrammen en woorden met ontbrekende letters horen er niet bij: in dit deel maak je geen woorden.
De test past zich aan je aan. Een goed antwoord levert een moeilijkere opgave op, een fout antwoord een makkelijkere, en terug naar een vorige opgave kan niet. Weet je het niet zeker, vul dan je beste gok in: een leeg antwoord telt als fout.
Geschreven door Ronny Rockx
Laatst gecontroleerd op 12 oktober 2026: gehouden tegen de oefentest van de politie. Letterpatronen is daar het eerste deel: letters in vakjes met een patroon in het alfabet.