Onderdeel van Cognitieve capaciteitentest politie
Er is één ding dat bijna elke kandidaat verkeerd doet, en het is niet iets moeilijks. Het is dat ze thuis oefenen zonder tijd erop.
Dat voelt logisch. Je wilt eerst begrijpen hoe de vragen werken, en dan pas het tempo erbij. Maar de capaciteitentest is geen test die meet of je een vraag kunt oplossen. Je krijgt er meer dan je kunt afmaken, met opzet. Wat er gemeten wordt is hoeveel je er goed hebt in de tijd die je krijgt.
Bijna niemand valt af omdat hij een vraag niet kón. Mensen vallen af omdat ze te traag waren.
Wie zonder klok oefent, wordt beter in het oplossen van vragen. Getoetst wordt hij op het oplossen op tijd. Dat zijn twee verschillende vaardigheden, en het verschil merk je pas op de dag zelf.
Wat er gebeurt als je de klok wel aanzet
De eerste weken loop je erop stuk. Dat hoort erbij en het is ook de bedoeling. Onder tijdsdruk doe je namelijk andere dingen: je leest de vraag half, je blijft hangen op iets wat niet valt, je twijfelt tussen twee opties en kiest uiteindelijk geen van beide. Dat zijn precies de gewoonten die je eruit wilt hebben, en je krijgt ze er alleen uit door ze mee te maken.
Na een week of drie merk je iets anders. Je herkent vraagvormen zonder erover na te denken, en daar komt de winst vandaan. Niet uit sneller rekenen, maar uit minder hoeven bedenken.

En dan de tweede helft van dezelfde fout
Blijven hangen op één vraag. Het voelt zuinig om een vraag waar je bijna uit bent niet weg te gooien, en het is het duurste wat je kunt doen: die ene vraag kost je de drie makkelijke die erachter stonden.
Spreek met jezelf een grens af, bijvoorbeeld twintig seconden, en houd je daaraan. Ook als je bijna was. Vooral als je bijna was.
En verder
Dat is het hele stuk. Er zit niet meer achter, en dat is ook een beetje het punt: de belangrijkste verbetering in je voorbereiding is geen techniek maar een instelling. Zet de klok aan, vanaf vandaag.