Naar de inhoud

Blog · 3 september 2026

Cijferreeksen: het stappenplan dat bij elke reeks werkt

De meeste kandidaten staren naar een reeks tot het antwoord eruit valt. Dat werkt tot de reeks lastiger wordt. Dit is de volgorde die wel blijft werken.

Onderdeel van Cognitieve capaciteitentest politie

Een cijferreeks oplossen voelt als iets wat je wel of niet ziet. Je kijkt ernaar, en of het valt kwartje of het valt niet. Bij de makkelijke reeksen werkt dat prima. Bij de reeksen die op de capaciteitentest het verschil maken, werkt het niet, en dan zit je te staren terwijl de klok loopt.

Het alternatief is saai en het werkt: een vaste volgorde die je bij elke reeks afloopt, ongeacht hoe hij eruitziet.

De volgorde

  1. Bereken de verschillen. Schrijf onder de reeks wat er telkens bij komt of af gaat. Bij 4, 7, 10, 13 is dat 3, 3, 3. Klaar.
  2. Is het verschil constant? Dan ben je er. Zo niet, ga door.
  3. Bereken de verschillen van de verschillen. Bij 2, 4, 8, 14 zijn de verschillen 2, 4, 6 en die lopen zelf met 2 op. Het volgende verschil is dus 8 en het antwoord 22.
  4. Werkt optellen niet? Probeer delen. Deel elk getal door het vorige. Komt daar steeds hetzelfde uit, dan is het een vermenigvuldiging.
  5. Kijk of er twee reeksen door elkaar lopen. Neem het eerste, derde en vijfde getal apart, en daarna het tweede, vierde en zesde. Dit is de vorm die de meeste mensen missen.
  6. Blijft het staan? Ga door. Een reeks die na twintig seconden niet valt, kost je de drie makkelijke die erachter stonden.

Die laatste stap hoort er echt bij. Hij voelt als opgeven en hij is het niet: de test meet hoeveel je er goed hebt in de tijd, niet of je elke vraag kunt kraken.

De patronen die je tegenkomt

Het aantal vormen is beperkt. Dit zijn ze, met een voorbeeld erbij.

Vorm Voorbeeld Waaraan je hem herkent
Constant verschil 4, 7, 10, 13 De verschillen zijn allemaal gelijk
Oplopend verschil 2, 4, 8, 14 De verschillen lopen zelf regelmatig op
Vermenigvuldiging 5, 10, 20, 40 Delen door het vorige getal geeft steeds hetzelfde
Maal plus 3, 7, 15, 31 Keer twee en er komt telkens hetzelfde bij
Kwadraten 1, 4, 9, 16 De verschillen zijn 3, 5, 7: oneven en oplopend
Som van de twee vorige 1, 1, 2, 3, 5 Elk getal is de som van de twee ervoor
Twee reeksen door elkaar 2, 20, 4, 17, 6, 14 De verschillen springen heen en weer

Die laatste is de vervelendste. De verschillen zien er willekeurig uit (18, min 16, 13, min 11) en dat is precies het signaal: springen de verschillen om en om van teken of van grootte, kijk dan of er twee reeksen door elkaar heen lopen.

Zo ziet zo’n vraag er in het echt uit

Een cijferreeks uit de oefentest met het juiste antwoord en de uitleg erbij
Een cijferreeks uit de gratis proeftest. Na je antwoord krijg je niet alleen te zien of het goed was, maar ook welk patroon erin zat.

Oefenen met een klok, vanaf de eerste keer

Dit is de fout die het meeste kost. Thuis rustig een reeks uitpuzzelen traint het oplossen, en de test meet het oplossen op tijd. Dat zijn twee verschillende vaardigheden.

Zet er dus vanaf de eerste sessie een tijd op, ook als je daar de eerste weken op stukloopt. Het gaat vanzelf sneller zodra je de zeven vormen hierboven niet meer hoeft te bedenken maar herkent.

Wat je na elke vraag doet

Kijken of hij goed was zegt niets. Kijken hoe je hem had moeten aanpakken zegt alles. Bij een fout: welke stap uit het lijstje had je hem gegeven? Meestal is het antwoord stap 5, en dan weet je meteen waar je de volgende keer eerder naar kijkt.

Op de pagina over cijferreeksen oefenen staat hetzelfde stappenplan met meer voorbeelden per vorm.

← Alle artikelen

Klaar om echt te oefenen?

Met het Complete pakket train je alle onderdelen van de selectie, met uitleg na elke vraag en je voortgang per onderdeel.

Direct toegang · iDEAL · 30 dagen geld terug