De cognitieve capaciteitentest van de politie meet hoe snel je verbanden legt. Je maakt hem thuis op een computer, en je krijgt er meer vragen voor dan je in de tijd kunt afmaken. Die tijdsdruk is het hele punt: bijna niemand valt af omdat hij een vraag niet kán, mensen vallen af omdat ze te traag zijn.
Deze pagina legt uit hoe de politie cognitieve test eruitziet, welke vraagtypen erin zitten, en wat je er wel en niet aan kunt oefenen.
Wat is de cognitieve capaciteitentest?
De cognitieve capaciteitentest is een capaciteitenonderzoek: een test die meet hoe snel en hoe accuraat je informatie verwerkt. Hij lijkt op een IQ-test, maar hij meet vooral verwerkingssnelheid en patroonherkenning, niet wat je weet.
Je maakt hem thuis, online, en je hebt er zeven kalenderdagen voor. Later doe je op de selectiedag nog een verkorte versie onder toezicht, de verificatietoets, op dezelfde dag als de taaltoets en de sporttest. Elk onderdeel begint met voorbeeldvragen en oefenvragen waarin duidelijk wordt wat de bedoeling is. Die tellen niet mee in je eindscore.
Onderdelen cognitieve capaciteitentest
De test bestaat uit een aantal blokken met elk een eigen vraagtype. Je krijgt cijferpatronen, letterpatronen en woordrelaties, en binnen die blokken verschillende vormen. Hieronder staat van elk een echt voorbeeld zoals je het op de test kunt tegenkomen.
Cijferpatronen
Bij cijferpatronen zie je een reeks getallen waarin één getal ontbreekt. Je zoekt de regel achter de reeks en past hem toe.
Voorbeeld: 5 · 10 · 20 · 40 · ?
Antwoord: 80. Elk getal wordt met twee vermenigvuldigd.
Dit is een makkelijke. Het wordt lastiger zodra een reeks meerdere bewerkingen door elkaar gebruikt, of zodra er twee reeksen door elkaar heen lopen die je eerst moet scheiden. Op de pagina over cijferreeksen oefenen staat een stappenplan waarmee je een reeks systematisch aanpakt in plaats van te staren.
Letterpatronen
Letterpatronen zijn anagrammen: je krijgt losse letters of lettergroepen en maakt daar een bestaand woord van. Er zijn een paar vormen:
- Losse letters die één woord vormen: A · K · R · A · T wordt kaart
- Lettergroepen waarvan er één te veel is: STAP · SIE · TA · FAN wordt fantasie
- Een nieuw woord maken uit alle letters van een bestaand woord: badderen wordt benaderd of bradende
Missende letters
Bij missende letters is een woord onvolledig en kies je de groep letters die het compleet maakt.
Voorbeeld: Welke letters maken dit woord compleet? TE___JN
Antwoord: RMI. Het woord is TERMIJN.
Woordrelaties
Bij woordrelaties gaat het om het verband tussen woorden. Je krijgt vragen als:
- Welk woord hoort niet in het rijtje?
- Welk woord is het tegenovergestelde van woord X?
- Ontdek het verband tussen twee woorden en pas het toe op een derde
Voorbeeld: Vlam verhoudt zich tot hitte zoals ijs zich verhoudt tot …?
Antwoord: kou. Het tweede woord is wat het eerste veroorzaakt.
Hoeveel tijd krijg je?
Dit is het onderdeel waar de meeste kandidaten door verrast worden. Je krijgt meer vragen dan je kunt afmaken, en dat is met opzet zo. De test meet niet of je een vraag kunt oplossen maar hoeveel je er in de beschikbare tijd goed hebt.
Dat betekent twee dingen voor je voorbereiding. Thuis rustig puzzelen zonder klok traint de verkeerde vaardigheid. En doorworstelen op één lastige vraag kost je de drie makkelijke die erachter stonden.
Wat is een goede score?
De politie maakt geen ondergrens openbaar, en die verschilt ook per functie en per opleidingsniveau. Wat wel vaststaat: je score wordt vergeleken met die van andere kandidaten, niet met een vast aantal goede antwoorden. Wie sneller werkt bij hetzelfde foutenpercentage, scoort hoger.
Kun je je voorbereiden op de cognitieve test van de politie?
Ja, en meer dan mensen denken. Je kunt je intelligentie niet in een paar weken vergroten, maar dat hoeft ook niet. Wat je wél kunt trainen is precies wat de test meet:
- Vraagvormen herkennen. Wie honderd cijferreeksen heeft gemaakt, ziet binnen twee seconden of er sprake is van optellen, vermenigvuldigen of twee reeksen door elkaar. Dat scheelt bij elke vraag tijd.
- Een vaste aanpak per type. Niet staren maar stappen zetten. Voor cijferreeksen bestaat een stappenplan dat je bij elke reeks in dezelfde volgorde afloopt.
- Werken met een klok erop. Vanaf de eerste oefensessie, ook als je daar de eerste weken op stukloopt. Tempo is de vaardigheid.
- Weten wanneer je doorgaat. Een vraag die na twintig seconden niet valt, laat je staan. Dat voelt verkeerd en het levert punten op.
- Je woordenschat. Voor anagrammen en woordrelaties helpt lezen, maar dat werkt op maanden, niet op weken.
Voorbereiding cognitieve capaciteitentest
De beste voorbereiding is simpel en saai: veel vragen maken, op tijd, en na elke vraag kijken hoe je hem had moeten aanpakken in plaats van alleen of je hem goed had. Dat laatste is waar de meeste winst zit. Wie alleen zijn score bijhoudt, herhaalt zijn eigen fouten.
Vijf fouten die kandidaten maken
- Oefenen zonder klok, en daardoor de verkeerde vaardigheid trainen.
- Blijven hangen op één vraag in plaats van door te gaan.
- De vraag niet aflezen: onder tijdsdruk lees je wat je verwacht in plaats van wat er staat.
- Alleen het type oefenen waar je al goed in bent, omdat dat prettiger voelt.
- Te laat beginnen. Voor de toetsonderdelen zijn een paar weken genoeg, maar wel een paar weken.
Zelf oefenen
Doe eerst de gratis proeftest van tien vragen. Je krijgt na elke vraag de uitleg te zien en daarna je score per vraagtype in je mailbox, zodat je weet welk onderdeel jouw aandacht nodig heeft.
Veelgestelde vragen
Is de cognitieve capaciteitentest hetzelfde als een IQ-test?
Hij lijkt erop, maar hij is smaller. Een IQ-test meet meerdere soorten intelligentie; deze test richt zich op verwerkingssnelheid en patroonherkenning met cijfers en woorden.
Mag ik een rekenmachine of kladpapier gebruiken?
Een rekenmachine niet. Ga ervan uit dat je alles uit het hoofd doet en oefen daar ook zo mee.
Kan ik de test opnieuw doen als ik zak?
Dat hangt af van de procedure op dat moment en van het onderdeel waarop je afvalt. Herkansen is niet vanzelfsprekend, dus ga er niet van uit. Kijk voor de regels die op jouw moment gelden op kombijde.politie.nl.
Zijn jullie oefenvragen dezelfde als op de echte test?
Nee, en niemand kan dat leveren: de politie gebruikt eigen, niet openbare testen. Wat wel hetzelfde is, zijn de vraagtypen en de tijdsdruk, en dat is precies wat je kunt trainen.